Het Swifter Schapenstamboek is reeds in 1995 begonnen met het tappen van bloed voor DNA-onderzoek op scrapiegevoeligheid. Het was het eerste schapenstamboek in Nederland, wat hier serieus mee aan de gang ging.

Bij Swifters en Texelaars, maar ook bij andere rassen, is gevonden dat de gevoeligheid van de dieren voor scrapie genetisch bepaald wordt. Het ARR-allel is gekoppeld aan een resistentie voor scrapie en waarschijnlijk ook voor BSE.

Schapen homozygoot voor het VRQ-allel (genotype VRQ/VRQ) zijn het meest gevoelig. Bij VRQ/ARR-schapen is het "resistente" ARR-allel dominant. Bijna 100% van de VRQ/ARR schapen is na 70 maanden nog gezond ondanks de aanwezigheid van het "gevoelige" VRQ-allel.

Het Swifter Stamboek heeft besloten om vanaf 1997 alleen maar rammen voor de fokkerij in te zetten, die vrij zijn van het VRQ-gen. In 2001 werden er reeds bijna alleen ARR/ARR rammen ingezet. Het zou geen enkel probleem geweest zijn om in 2002 en 2003 alleen ARR/ARR rammen in te zetten. Er waren meer dan voldoende rammen met genotype ARR/ARR aanwezig.

Met ingang van 1 juli 2004 mochten er in Nederland op de "professionele" bedrijven alleen nog maar ARR/ARR rammen ingezet worden.
Het genotype op afstamming van een ARR/ARR wordt door de GD/LNV alleen maar erkend, indien op het bedrijf uitsluitend schapen (rammen en ooien) zijn, die bewezen (middels bloedonderzoek) ARR/ARR zijn.
Vanaf het geboortejaar 2005 zullen dus bijna alle lammeren minimaal 1 ARR allel hebben, waardoor de gevoeligheid voor scrapie en BSE grotendeels uitgebannen zal zijn bij die lammeren.
Het Swifter Stamboek voldeed reeds in 2002 practisch aan dit gegeven.
Voor de Swifter stamboekfokkerij mogen nu uitsluitend rammen met het genotype ARR/ARR ingezet worden.

Op de lijst van registrerende leden zijn de bedrijven met uitsluitend ARR/ARR-dieren gemerkt met een  " @ ".

Additional information